KNM Exam #104: Wat is het verschil tussen vmbo, havo en vwo?
S2 #104

KNM Exam #104: Wat is het verschil tussen vmbo, havo en vwo?

Bram: Pfoe, wat een drukte hier, hè? Ik was vergeten hoe zo'n open dag op een middelbare school voelt. Al die folders, al die lokalen...

Mieke: Haha, ja, het is een beetje overweldigend. Maar wel goed om te zien. Het verschil tussen vmbo, havo en vwo is een heel belangrijk onderwerp voor het KNM-examen.

Bram: Oh ja? Ik moet eerlijk zeggen dat ik het zelf ook niet meer precies weet. Vmbo, havo, vwo... het zijn voor mij gewoon afkortingen.

Mieke: Nou, dan is dit de perfecte plek. Kom, dan leggen we het even op een rijtje. Dat is handig voor iedereen die luistert.

Bram: Oké, ik ben de leerling. Leg het maar uit, juf Mieke.

Mieke: Haha. Goed. In Nederland ga je na de basisschool naar de middelbare school. Er zijn drie hoofdniveaus: vmbo, havo en vwo.

Bram: En vmbo is het... laagste niveau? Klinkt een beetje negatief.

Mieke: Het is niet 'laag', het is anders. Vmbo duurt vier jaar en is heel praktisch gericht. Je leert een vak met je handen. Na het vmbo gaan de meeste leerlingen naar het mbo, het middelbaar beroepsonderwijs.

Bram: Ah, dus als je timmerman of kapper wilt worden, bijvoorbeeld?

Mieke: Precies. Dan begin je vaak op het vmbo. Dan heb je de havo. Dat duurt vijf jaar. Dat is al een stuk theoretischer dan het vmbo.

Bram: Oké, theoretischer, dus meer met boeken en minder met je handen.

Mieke: Juist. Met een havo-diploma kun je naar het hbo, het hoger beroepsonderwijs. Dan word je bijvoorbeeld verpleegkundige of leraar op een basisschool.

Bram: Helder. En dan de laatste: vwo. Dat is dan zeker het hoogste niveau?

Mieke: Klopt. Vwo duurt het langst, namelijk zes jaar. Het is het meest theoretische niveau en bereidt leerlingen voor op de universiteit.

Bram: Universiteit. Dus als je dokter of advocaat wilt worden, dan ga je vwo doen.

Mieke: Inderdaad. Met een vwo-diploma kun je gaan studeren aan de universiteit.

Bram: Maar wat nu als een leerling op het vmbo zit, maar eigenlijk heel goed kan leren? Kan die dan nog naar de havo?

Mieke: Jazeker. Dat heet 'doorstromen'. Als je goede cijfers haalt, kun je na je vmbo-diploma doorstromen naar de havo. En van de havo kun je weer doorstromen naar het vwo. Het systeem is best flexibel.

Bram: Kijk, dat wist ik dus niet meer. Doorstromen. Dat is wel een mooi systeem eigenlijk. Je zit niet vast aan je eerste keuze.

Mieke: Nee, gelukkig niet. Elke leerling kan zo het niveau vinden dat het beste past.

Bram: Je noemde net de woorden 'praktisch' en 'theoretisch'. Wat is precies het verschil daartussen? Voor het examen, bedoel ik.

Mieke: Goede vraag. 'Praktisch' betekent dat je leert door dingen te doen. Denk aan een vak als techniek of koken. 'Theoretisch' betekent dat je vooral leert uit boeken. Denk aan vakken als wiskunde of geschiedenis.

Bram: En het woord 'doorstromen' is dus ook belangrijk?

Mieke: Ja, onthoud dat woord. Doorstromen betekent van het ene niveau naar het andere, hogere niveau gaan.

Mieke: En dan nu even een tip voor het examen. Ze stellen heel vaak de vraag: 'Welk diploma heb je nodig om naar de universiteit te gaan?'

Bram: Oeh, die weet ik nu!

Mieke: Precies. Het antwoord is altijd: vwo. Vergeet dat niet. Alleen met een vwo-diploma kun je direct naar de universiteit.

Bram: Oké, dus als ik de vraag op het examen krijg, moet ik onthouden: vmbo is 4 jaar en praktisch, voor het mbo. Havo is 5 jaar, voor het hbo. En vwo is 6 jaar, theoretisch, en voor de universiteit.

Mieke: Helemaal correct. Dat is de kern die je moet weten. Je bent een goede leerling, Bram.

Bram: Haha, dank je. Zullen we nu een folder over het vak scheikunde gaan halen?

Mieke: Laten we dat doen. Tot de volgende keer!