KNM Exam #171: De schepen van de VOC
S2 #171

KNM Exam #171: De schepen van de VOC

Bram: Mieke, kijk eens naar dat schilderij. Wat een enorm groot schip! Die zie je tegenwoordig niet meer varen, haha.

Mieke: Nee, zeker niet. Dit is een schip van de VOC. Een heel belangrijk onderwerp voor de Nederlandse geschiedenis en voor je KNM-examen.

Bram: Oh ja, de VOC. Dat heb ik wel eens gehoord. Verenigde Oost-Indische Compagnie. Maar wat was dat ook alweer precies?

Mieke: De VOC was een hele grote en machtige handelscompagnie in de zeventiende en achttiende eeuw. Ze werd opgericht in 1602.

Bram: Oké, een handelscompagnie. Dus ze kochten en verkochten spullen?

Mieke: Precies. De schepen van de VOC voeren met een speciale route helemaal naar Azië. Dat was een hele lange en gevaarlijke reis, die soms wel acht maanden duurde.

Bram: Acht maanden? Wauw. En wat gingen ze daar dan halen in Azië?

Mieke: Vooral specerijen. Denk aan peper, nootmuskaat en kruidnagel. Die waren in Europa heel zeldzaam en dus heel duur. De VOC maakte daar enorm veel winst mee.

Bram: Aha, dus het ging allemaal om het geld. En je had toch ook de WIC? Wat was daar het verschil mee?

Mieke: Heel goed dat je die noemt. Dat is een belangrijk verschil. De VOC voer naar het oosten, naar Azië. De WIC, de West-Indische Compagnie, voer naar het westen: naar Afrika en Amerika.

Bram: Oké, dus verschillende richtingen. En de WIC handelde dan in andere dingen?

Mieke: Ja. Helaas was de WIC vooral bekend door de slavenhandel. Ze brachten mensen vanuit Afrika naar Amerika om daar te werken op plantages. Dat is een heel zwarte bladzijde in onze geschiedenis.

Bram: Dat is het zeker. En de VOC, was die wel... 'netjes'?

Mieke: Niet altijd. Ze gebruikten ook veel geweld om hun handel te beschermen en om gebieden over te nemen. Zo ontstonden de eerste Nederlandse kolonies in Azië, zoals Nederlands-Indië, het huidige Indonesië.

Bram: Dus ze waren niet alleen handelaren, maar ook een soort leger.

Mieke: Ja, dat kun je wel zeggen. De VOC had een monopolie op de handel in Azië. Dat is een belangrijk woord om te kennen.

Bram: Een monopolie? Wat betekent dat precies? Dat ze de enigen waren?

Mieke: Ja, precies. De VOC was de enige Nederlandse handelscompagnie die in Azië mocht handelen. Zo konden ze de prijs van de specerijen zelf bepalen en heel veel winst maken. Niemand anders mocht die route gebruiken.

Bram: Slim, maar ook wel een beetje oneerlijk.

Mieke: Zeker. Voor je examen is het belangrijk om het verschil tussen de VOC en de WIC goed te onthouden. Ze vragen vaak waar de VOC handel dreef. Het antwoord is dan altijd: Azië.

Bram: Oké, dus dat is een typische examenvraag.

Bram: Dus, even op een rijtje voor mezelf: als ik een vraag krijg over de VOC, moet ik onthouden: zeventiende eeuw, schepen naar Azië, en handel in specerijen. En de WIC was Amerika en Afrika.

Mieke: Helemaal correct. Als je dat weet, zit je voor dit onderwerp goed.

Mieke: Goed, zullen we verder lopen? Er is hier nog veel meer te zien.

Bram: Ja, leuk! Tot de volgende.