Mieke: Bram? Hoe gaat het met je? Je klinkt niet zo fit.
Bram: Hoi Mieke. Ach, ik ben een beetje verkouden. Gewoon een griepje, denk ik.
Mieke: Ah, beterschap. Je moet de huisarts niet bellen, hè?
Bram: Haha, nee. En ook niet het alarmnummer 112.
Mieke: Precies. Dat is een goed onderwerp. Wanneer bel je wél 112?
Bram: Uhm, bij een noodgeval. Toch?
Mieke: Ja. Je belt 112 alleen in een noodgeval. Dat is een situatie met spoed. Het is levensbedreigend.
Bram: Oké. Levensbedreigend. Geef eens een voorbeeld?
Mieke: Er is een groot ongeluk gebeurd. Iemand ademt niet meer. Dan bel je 112 voor een ambulance.
Bram: Oké, een ambulance. En wanneer bel ik voor de politie?
Mieke: Je ziet een inbraak. Of je ziet een groot gevecht op straat. Dan heb je de politie nodig.
Bram: Duidelijk. En de derde is de brandweer, hè?
Mieke: Klopt. De brandweer bel je bij brand. Of bij een andere gevaarlijke situatie. Bijvoorbeeld met een vrachtwagen.
Bram: Dus 112 is voor drie dingen: politie, brandweer en ambulance.
Mieke: Precies. De persoon aan de telefoon vraagt: 'Wie heeft u nodig?'
Bram: En wat vragen ze nog meer?
Mieke: Ze vragen: 'Wat is er aan de hand?' En ook heel belangrijk: 'Waar bent u?'
Bram: Logisch. Ze moeten je natuurlijk kunnen vinden. Dus ik moet rustig blijven en antwoord geven.
Mieke: Ja, dat is heel belangrijk.
Bram: Oké, dus de woorden 'noodgeval' en 'levensbedreigend' zijn echt belangrijk hier.
Mieke: Ja, heel belangrijk. En ook het woord 'spoed'. Een noodgeval is een situatie met spoed. Het alarmnummer 112 is alleen voor dat soort situaties.
Mieke: Even een tip voor je KNM-examen. Je krijgt vaak een korte situatie. Bijvoorbeeld: 'Een man valt op straat. Hij reageert niet meer.'
Bram: En dan is de vraag: wat moet ik doen?
Mieke: Precies. Het juiste antwoord is dan: 112 bellen.
Bram: Oké, dus voor het examen moet ik onthouden: 112 is alleen voor een noodgeval. Met spoed. Dus voor de politie, brandweer of ambulance.
Mieke: Helemaal juist. En dus niet voor je verkoudheid.
Bram: Haha, nee. Ik ga wel gewoon een kop thee drinken.
Mieke: Goed idee. Beterschap en tot morgen!
Bram: Dank je! Doei!