Bram: Kijk, Mieke. Wat een bijzondere foto hier in het museum.
Mieke: Ja, dat zie je goed. Wat zie je op de foto?
Bram: Ik zie drie gebouwen. Een kerk, een moskee... en wat is dat derde gebouw?
Mieke: Dat is een synagoge.
Bram: Ze staan in dezelfde straat. Mag dat?
Mieke: Jazeker. Dat is een goed onderwerp voor vandaag. Vrijheid van godsdienst.
Bram: Vrijheid van godsdienst? Wat betekent dat?
Mieke: Dat betekent dat je je eigen geloof mag kiezen. Dat is een belangrijke regel in Nederland.
Bram: Dus iedereen mag geloven wat hij wil?
Mieke: Ja. Je mag christen zijn. Je mag moslim zijn. Je mag joods zijn. Je mag elk geloof hebben.
Bram: En als je geen geloof hebt? Mag dat ook?
Mieke: Ja, dat mag ook. Veel mensen in Nederland hebben geen godsdienst. Ze geloven niet in een god.
Bram: Oh ja? Hoe noem je dat?
Mieke: Dan ben je een atheïst. Dat is ook een overtuiging. En dat is ook prima.
Bram: Dus de overheid zegt niet: jij moet dit geloven?
Mieke: Nee, de overheid doet dat niet. De overheid heeft geen voorkeur voor een geloof.
Bram: Oké, dat is duidelijk. Iedereen is vrij.
Mieke: Ja, je hebt de vrijheid om te kiezen. Maar er is nog iets belangrijks.
Bram: Wat dan?
Mieke: Je moet elkaars geloof respecteren. Je mag een andere mening hebben. Maar je moet respect hebben voor de ander.
Bram: Dus ik moet iedereen respecteren. Ook als ze een ander geloof hebben dan ik.
Mieke: Precies. Dat is heel belangrijk in de Nederlandse samenleving.
Mieke: Kijk, voor je examen zijn drie gebouwen belangrijk. We zagen ze net op de foto.
Bram: Ja, de kerk...
Mieke: De kerk is voor christenen. En dan heb je de moskee.
Bram: De moskee is voor moslims. En de derde was... de synagoge.
Mieke: Heel goed. De synagoge is voor joden. Onthoud die drie woorden goed.
Mieke: Een tip voor je KNM-examen. Je krijgt vaak een foto. Op de foto zie je een kerk, een moskee en een synagoge naast elkaar.
Bram: Ja, net als die foto hier.
Mieke: Precies. De vraag is dan: wat betekent dit? Het juiste antwoord is altijd iets met 'vrijheid van godsdienst'.
Bram: Oké, dus voor het examen moet ik onthouden: in Nederland mag iedereen zijn eigen godsdienst of overtuiging kiezen.
Mieke: Ja. En je mag ook geen godsdienst hebben. Dat is de kern.
Bram: Duidelijk.
Mieke: Goed zo. Zullen we verder kijken?
Bram: Ja, leuk. Tot de volgende keer!