Mieke: Hoi Bram! Je klinkt niet goed aan de telefoon.
Bram: Hoi Mieke. Nee, dat klopt. Ik ben ziek. Ik lig op de bank.
Mieke: Oh nee. Heb je al naar je werk gebeld?
Bram: Nee, nog niet. Hoe moet ik mij ziek melden? Ik vergeet dat altijd.
Mieke: Dat is een goede vraag. Dat is ook een KNM-onderwerp.
Bram: Oké, vertel. Wat moet ik doen?
Mieke: In Nederland moet je je werkgever bellen. Je stuurt meestal geen e-mail of appje.
Bram: Bellen dus. Wie moet ik bellen? Mijn directe baas?
Mieke: Ja, meestal bel je je leidinggevende. Soms moet je een speciaal nummer bellen. Dat staat in je contract.
Bram: Oké. En wanneer moet ik bellen?
Mieke: Je belt 's ochtends. Vóór je werkdag begint. Meestal voor 9 uur.
Bram: Duidelijk. En wat zeg ik dan? 'Ik ben ziek'?
Mieke: Precies. Je zegt je naam. En je zegt dat je ziek bent. Je hoeft niet te vertellen wat je hebt.
Bram: Dus ik hoef niet te zeggen: 'ik heb koorts' of 'ik heb de griep'?
Mieke: Nee, dat is privé. Je zegt alleen: 'Ik ben ziek en ik kom vandaag niet werken'.
Bram: En dan moet ik dus thuisblijven.
Mieke: Ja, natuurlijk. Je bent ziek. Je moet rusten.
Bram: Haha, ja, logisch. Dat ga ik zeker doen.
Mieke: Soms belt de werkgever je later op de dag. Of een speciale arts, de bedrijfsarts. Dat is normaal.
Bram: Oké, goed om te weten. Dank je.
Mieke: Even een paar woorden. Voor je examen moet je weten wie de 'werkgever' is en wie de 'werknemer'.
Bram: Oh ja. De werkgever is de baas, het bedrijf. En ik ben de werknemer.
Mieke: Juist. En de actie heet 'je ziek melden'. Dat is een belangrijke uitdrukking.
Bram: Ziek melden. Werkgever. Werknemer. Ik onthoud het.
Mieke: Let op voor je examen. Soms moet je een gesprek oefenen. Een rollenspel.
Bram: Een rollenspel?
Mieke: Ja. Dan moet jij de werkgever bellen. Oefen de zinnen: 'Goedemorgen, u spreekt met... Ik bel om me ziek te melden.'
Bram: Oké, dus als ik een vraag krijg over ziek zijn en werk...
Mieke: ...dan is het antwoord: je moet je werkgever 's ochtends bellen.
Bram: Precies. Bellen, niet appen. En voor de start van het werk.
Mieke: Helemaal goed. Nou, ga maar bellen en kruip dan weer lekker op de bank.
Bram: Ga ik doen. Bedankt Mieke!
Mieke: Beterschap! Doei!