KNM Exam #071: Hoe vertel je wat je hebt?
S2 #71

KNM Exam #071: Hoe vertel je wat je hebt?

Bram: Ugh, Mieke. Ik voel me niet zo goed vandaag.

Mieke: Oh nee. Wat is er aan de hand?

Bram: Ik weet het niet precies. Ik ben gewoon heel erg moe.

Mieke: Dat is vervelend. Weet je hoe je dat aan een dokter vertelt?

Bram: Eh... niet echt. Dat is een goed onderwerp voor vandaag.

Mieke: Oké, we gaan oefenen. Ik ben de doktersassistente. Wat zijn je klachten?

Bram: Ik ben erg moe. En ik heb pijn in mijn hoofd.

Mieke: Oké. Dan zeg je: ik heb hoofdpijn.

Bram: Ah ja, hoofdpijn. Natuurlijk. En ik moet steeds niezen.

Mieke: Oké, je niest veel. Heb je nog andere klachten?

Bram: Ja, ik moet ook veel hoesten. En mijn keel doet pijn.

Mieke: Dan heb je keelpijn. Dat is een veelvoorkomende klacht bij verkoudheid.

Bram: Oké. Dus ik heb hoofdpijn en keelpijn. En ik hoest en nies.

Mieke: Precies. Voel je je verder nog ziek? Bijvoorbeeld in je buik?

Bram: Nee, gelukkig geen buikpijn. Maar ik ben wel een beetje misselijk.

Mieke: Aha, misselijk. Dat is ook een belangrijk woord. Hoe kun je dat nog meer zeggen?

Bram: Je kunt zeggen: 'ik heb last van...'. Toch?

Mieke: Precies. Dat is een hele goede zin. 'Ik heb last van keelpijn'. Of 'ik heb last van buikpijn'.

Bram: Oké, ik onthoud het. Ik heb last van heel veel dingen vandaag, haha.

Mieke: Het klinkt als de griep, Bram. Blijf maar thuis.

Bram: Gelukkig is het maar een oefening.

Bram: Wacht even, Mieke. Wat is het verschil ook alweer? Tussen hoesten en niezen?

Mieke: Kijk. Niezen is 'hatsjoe!'. Dat komt uit je neus.

Mieke: Hoesten is 'kuch kuch'. Dat komt uit je keel en je longen.

Bram: Ah, helder. En die zin 'ik heb last van...' is heel handig. Die kan ik gebruiken voor hoofdpijn, buikpijn, alles.

Mieke: Precies. 'Ik heb last van keelpijn'. Dat is perfect Nederlands om je klachten te beschrijven.

Mieke: Even een tip voor je examen. Op het KNM-examen krijg je vaak een lijst met woorden.

Mieke: Bijvoorbeeld hoofdpijn, buikpijn, keelpijn.

Bram: Oké.

Mieke: Je moet dan het juiste woord kiezen bij een plaatje. Of bij een korte beschrijving.

Bram: Oké, dus voor het examen moet ik de basiswoorden kennen. Hoofdpijn, buikpijn, keelpijn, hoesten, niezen.

Mieke: Ja, precies. En ook woorden als moe en misselijk. Zodat je de vraag begrijpt.

Bram: Duidelijk. Nu ga ik een kop thee drinken tegen mijn nep-keelpijn. Haha.

Mieke: Goed idee. Tot morgen, Bram!

Bram: Doei!