Bram: Gefeliciteerd met je oom, Mieke.
Mieke: Dankjewel, Bram. Fijn dat je er bent. Zoek maar een plekje.
Bram: Ja, gezellig hier. Ik zie de kring al. En de geur van koffie. En appeltaart.
Mieke: Haha, ja. Heel typisch Nederlands. Dit is een goed onderwerp voor het KNM-examen.
Bram: Oh ja? De Nederlandse verjaardag?
Mieke: Precies. Hoe vieren wij een verjaardag.
Bram: Oké, leg het eens uit. Alsof ik het niet weet. Wat is de eerste stap?
Mieke: Nou, je komt binnen. Je zoekt de jarige. Dat is de persoon die jarig is.
Bram: En die geef je een hand. En drie zoenen?
Mieke: Soms wel. Een hand is altijd goed. Je zegt 'gefeliciteerd met je verjaardag'.
Bram: En dan ga je de hele kring rond. Handen schudden. 'Gefeliciteerd'. 'Gefeliciteerd'.
Mieke: Haha, ja, precies. Je feliciteert vaak de partner. Of de ouders van de jarige.
Bram: Dat is wel apart eigenlijk. Dat je de familie ook feliciteert.
Mieke: Dat is een gewoonte. Daarna zoek je een stoel. En dan krijg je koffie of thee.
Bram: Met een stuk taart. Dat is een vaste regel.
Mieke: Ja. Je krijgt bijna altijd taart. Of gebak. De jarige heeft die gekocht.
Bram: Ik heb een cadeau meegenomen. Dat hoort er ook bij, hè?
Mieke: Jazeker. De visite neemt een klein cadeau mee. Voor de jarige.
Bram: Oké. En dit feest is vanmiddag. Is dat altijd zo?
Mieke: Nee, niet altijd. Soms is een verjaardag 's avonds. Dan is er geen visite vanochtend.
Bram: En wat eet je dan 's avonds?
Mieke: Dan krijg je vaak een drankje. Bier of wijn. En ook hartige hapjes.
Bram: De blokjes kaas en plakjes worst. Die ken ik.
Mieke: Inderdaad. Of bitterballen. Dat is ook heel populair.
Bram: En op je werk? Ik vergeet het soms bijna. Dan moet ik snel naar de supermarkt.
Mieke: Haha, ja. Op je werk moet je trakteren. Je neemt zelf taart mee voor je collega's.
Mieke: Let even op de woorden. We hebben het over 'de jarige'. Dat is de persoon.
Bram: En 'de verjaardag' is het feest. De dag zelf.
Mieke: Precies. De gasten noem je 'de visite'. En wat je eet zijn 'hapjes' en 'taart'.
Bram: En 'trakteren' is iets geven. Zoals taart op je werk.
Mieke: Een tip voor je KNM-examen. Je ziet vaak een foto. Een foto van een kamer met mensen in een kring.
Mieke: De vraag is dan: 'Wat voor feest is dit?'. Het antwoord is: een verjaardag.
Bram: Ah, de kring is het signaal. Dat is een goede tip.
Bram: Dus, als ik een examenvraag krijg... dan moet ik weten: verjaardag is feliciteren.
Mieke: Ja. En koffie met taart. Of een borrel met hapjes.
Bram: Dat is duidelijk. Simpel eigenlijk.
Mieke: Heel simpel. Nou, kom. We gaan een stukje taart eten.
Bram: Goed idee. Tot morgen!